ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1921
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens te laat ingediend beroepschrift in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een navorderingsaanslag opgelegd door de inspecteur, die na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd gehandhaafd. Tegen de uitspraak van de rechtbank stelde belanghebbende hoger beroep in.
In geschil was of het hoger beroep tijdig was ingediend. De rechtbank had de uitspraak verzonden aan J, de toenmalige gemachtigde van belanghebbende. Hoewel R bij de zitting aanwezig was en een pleitnota op zijn briefpapier had, was er geen schriftelijke machtiging dat R gemachtigde was ten tijde van de uitspraak. De schriftelijke volmacht aan R dateerde van na de uitspraak van de rechtbank.
Het hof oordeelde dat de uitspraak terecht aan J was verzonden, waardoor de beroepstermijn aanving op de dag na verzending. Het hoger beroepschrift was pas na het verstrijken van de termijn ingediend. De vakantie van de gemachtigde vormde geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Daarom werd het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard en kon de inhoud van het hoger beroep niet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.