ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2033
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- J. den Boer
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake belastingaanslagen en boetes voor taxi met vermoedelijke kilometerstandonderbreker
Belanghebbende, een taxichauffeur die een Toyota Camry gebruikte voor zijn onderneming, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes voor inkomstenbelasting (IB), belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) en motorrijtuigenbelasting (MRB). Centraal stond de vraag of in de taxi een kilometerstandonderbreker (KTO) was ingebouwd, waardoor de kilometeradministratie onbetrouwbaar was.
Op basis van aantekeningen van een werknemer van het inbouwbedrijf en verklaringen achtte het Hof het vermoeden gerechtvaardigd dat een KTO was ingebouwd. Belanghebbende ontkende dit, maar slaagde er niet in dit te weerleggen. Hierdoor werd de kilometeradministratie als onbetrouwbaar beoordeeld, wat leidde tot bevestiging van de IB- en BPM-aanslagen en boetes.
Voor de MRB-aanslagen oordeelde het Hof dat de inspecteur bevoegd was tot naheffing op grond van artikel 20 AWR Pro, ondanks dat de rechtbank dit op artikel 76 Wet Pro MRB baseerde. Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor de MRB-zaken, matigde de boetes tot 10% en veroordeelde de inspecteur MRB tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
De boetes voor IB en BPM werden bevestigd op 25%, passend geacht gelet op de ernst van het feit, namelijk het manipuleren van de kilometeradministratie en het niet aangeven van privégebruik. De redelijke termijn werd gerespecteerd, en het beroep op gelijkheids- en vertrouwensbeginsel werd verworpen vanwege het aannemelijk geachte KTO-gebruik.
Uitkomst: De IB- en BPM-aanslagen en boetes worden bevestigd, de MRB-aanslagen en boetes worden vernietigd en gematigd, en de inspecteur MRB wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.