ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2220
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- P.G. Wiewel
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding arbeidsovereenkomst en weigering doorbreking appelverbod
De werknemer trad in 1990 in dienst bij de werkgever. In 2008 vroeg de werkgever toestemming aan het CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Het CWI verleende toestemming met inachtneming van de opzegtermijn. De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op met een opzegtermijn tot 1 januari 2009 (eerste opzegging). De werknemer startte een ontbindingsprocedure met een verzoek tot vergoeding.
Vervolgens zegde de werkgever de arbeidsovereenkomst nogmaals op zonder opzegtermijn, met ingang van 1 december 2008 (tweede opzegging). De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst tegen 29 december 2008 en kende een vergoeding toe. De werkgever stelde dat de tweede opzegging rechtsgeldig was en dat de kantonrechter onbevoegd was geweest om de ontbinding uit te spreken.
Het hof oordeelde dat de tweede opzegging zonder toestemming van de werknemer geen rechtskracht heeft en als misbruik van recht kan worden aangemerkt. De arbeidsovereenkomst bestond op het moment van de ontbinding nog, zodat de kantonrechter bevoegd was. Het beroep van de werkgever wordt verworpen en het appelverbod blijft van toepassing.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de werkgever af en bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding aan de werknemer.