ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2231
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- W.M.G. Visser
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering en objectafbakening complex met wooneenheden volgens Wet WOZ
Het geschil betreft de waardering van een complex met meerdere wooneenheden voor de toepassing van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) per waardepeildatum 1 januari 2003. Belanghebbende stelt dat het complex als één object moet worden gewaardeerd, terwijl de heffingsambtenaar de afzonderlijke wooneenheden als zelfstandige objecten waardeert. Het Hof bevestigt dat de objectafbakening moet plaatsvinden naar de kleinst mogelijke zelfstandige eenheid, waarbij de wooneenheden A, B en C als afzonderlijke onroerende zaken moeten worden beschouwd.
De heffingsambtenaar heeft de waarden van de wooneenheden gebaseerd op taxatierapporten met vergelijkingsobjecten die volgens het Hof onvoldoende vergelijkbaar zijn. Noch de heffingsambtenaar noch belanghebbende hebben de door hen bepleite waarden aannemelijk gemaakt. Daarom stelt het Hof de waarden van de wooneenheden schattenderwijs vast op €95.000, €69.000 en €84.250 respectievelijk.
Ook de waarde van het object ...straat 42 wordt verminderd van €290.000 naar €212.000, mede vanwege onvoldoende bewijs voor de gehanteerde huurwaardekapitalisatiemethode en de matige onderhoudstoestand van het complex. Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, vermindert de WOZ-waarden en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarden van het complex en de wooneenheden worden verminderd en de aanslagen worden dienovereenkomstig aangepast.