ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2760
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek beroepskosten voor onbetaalde werkzaamheden in wetenschappelijke commissies
Belanghebbende, hoogleraar in dienst bij een universiteit, verrichtte onbetaalde werkzaamheden voor wetenschappelijke commissies van overheidsinstanties zoals de KNAW en NWO. Hij maakte kosten van €5.936 die hij als beroepskosten wilde aftrekken.
De rechtbank had deze aftrek afgewezen omdat de kosten niet gemaakt waren voor het verwerven van inkomen uit dienstbetrekking en de Wet IB 2001 de aftrek van dergelijke beroepskosten heeft afgeschaft. Belanghebbende stelde dat de universiteit zijn werkzaamheden faciliteert en dat de wetgever de situatie van onbetaalde commissiewerkers niet had voorzien.
Het hof oordeelt dat de wetgever terecht heeft gekozen voor een asymmetrische behandeling waarbij alleen kosten die door de werkgever worden vergoed belastingvrij kunnen zijn, en dat het niet de taak van de belastingwetgever is om kosten te vergoeden die niet door de werkgever of commissies worden vergoed. Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van gemeenteraadsleden niet vergelijkbaar is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van beroepskosten wordt afgewezen.