ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting over startgelden buitenlandse tennisspelers niet strijdig met evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende, een organisatie die tenniskampioenschappen organiseerde, betaalde startgelden aan buitenlandse tennisspelers zonder loonbelasting in te houden en af te dragen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op, die belanghebbende betwistte met het argument dat deze aanslag in strijd was met het evenredigheidsbeginsel, omdat reeds meer loonbelasting was afgedragen over prijzengelden dan de materieel verschuldigde inkomstenbelasting over zowel prijzengelden als startgelden.
De rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd, maar het hof vernietigde deze uitspraak deels en stelde de naheffingsaanslag opnieuw vast op een lager bedrag. Het hof oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden omdat loonbelasting een verrekenbare voorheffing is die op doelmatigheidsgronden niet op individueel niveau wordt afgestemd op de verschuldigde inkomstenbelasting. Bovendien heeft de inspecteur een belang bij het opleggen van een bestuurlijke boete om tijdige inhouding en afdracht te bevorderen.
Het hof corrigeerde tevens enkele feitelijke onjuistheden uit de eerdere procedure, zoals de kwalificatie van enkele tennissers als EU-onderdaan en het totaalbedrag van de startgelden. Uiteindelijk werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 23.952, waarbij ook de verzuimboete en heffingsrente werden aangepast. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting werd verminderd tot € 23.952 en het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard.