ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9505
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- J. den Boer
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij voorlopige aanslag belasting
Belanghebbende kreeg een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006 opgelegd door de inspecteur, gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €81.196. Belanghebbende betwistte de fiscale behandeling van een achtergestelde lening en stelde dat de lening in box 3 moest worden belast in plaats van het netto inkomen uit werk en woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de voorlopige aanslag tot een belastbaar inkomen van €75.251. De inspecteur verminderde vervolgens ambtshalve de voorlopige aanslag overeenkomstig deze uitspraak. De inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar het Hof oordeelde dat hij geen belang meer had bij het hoger beroep omdat de voorlopige aanslag al was verminderd.
Het Hof verwierp het betoog van de inspecteur dat de definitieve aanslag in de plaats treedt van de voorlopige aanslag en dat het hoger beroep mede daarop gericht zou zijn. Ook wees het Hof het verzoek van belanghebbende om vergoeding van werkelijke proceskosten af wegens onvoldoende onderbouwing. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot betaling van forfaitaire proceskosten van €644 aan belanghebbende.
De uitspraak bevestigt dat een ambtshalve vermindering van een voorlopige aanslag het belang van de inspecteur bij hoger beroep kan wegnemen en verduidelijkt de rechtspositie rond voorlopige en definitieve aanslagen in het belastingrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; belanghebbende krijgt een forfaitaire proceskostenvergoeding van €644.