ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3868
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting wegens kwade trouw belastingadviseur
Belanghebbende, een BV, werd per 1 januari 1998 zelfstandig belastingplichtig na ontvoeging uit een fiscale eenheid. Hoewel aangiftebiljetten voor 1998 en 1999 werden uitgereikt, werden deze niet ingediend. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op wegens kwade trouw, gebaseerd op het feit dat de belastingadviseur het doen van aangifte bewust naliet.
Het Hof stelde vast dat de belastingadviseur D, belast met het indienen van de aangiften, deze bewust op zijn beloop liet vanwege prioriteiten en een gebrek aan registratie in het geautomatiseerde systeem. Dit nalaten leidde ertoe dat de inspecteur niet tijdig aanslagen kon opleggen binnen de wettelijke termijn.
Belanghebbende stelde niet te kwader trouw te zijn omdat zij aan D opdracht had gegeven en ervan uitging dat aangifte was gedaan. Het Hof oordeelde echter dat de kwade trouw van D aan belanghebbende moet worden toegerekend, mede omdat belanghebbende nagelaten had te controleren of de aangiften daadwerkelijk waren ingediend.
Het Hof verwierp het verweer van belanghebbende en bevestigde de navorderingsaanslagen, met verbetering van gronden. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting wegens kwade trouw van de belastingadviseur, toegerekend aan belanghebbende.