ECLI:NL:GHAMS:2009:BK5090
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering overlegging ongeschoonde stukken in belastingzaken
Belanghebbende, een taxichauffeur die een taxi exploiteerde, was in hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetes op het gebied van inkomstenbelasting, belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en motorrijtuigenbelasting (MRB). De inspecteur had stukken overgelegd waarvan delen onleesbaar waren gemaakt en weigerde de ongeschoonde versie te verstrekken, beroepend op artikel 8:29 Awb Pro.
Het Hof moest beoordelen of deze weigering door gewichtige redenen gerechtvaardigd was. De zaak werd daarom geschorst en verwezen naar de 15e enkelvoudige belastingkamer, de zogenaamde geheimhoudingskamer, die zal toetsen of de inspecteur terecht stukken in geschoonde vorm heeft overgelegd.
De inspecteur werd opgedragen binnen een maand de ongeschoonde stukken met toelichting aan het Hof te zenden. De behandeling van het hoger beroep werd aangehouden totdat de geheimhoudingskamer hierover een beslissing heeft genomen.
De zaak betreft complexe fiscale geschillen over het privégebruik van een taxi, het gebruik voor taxivervoer in het BPM- en MRB-tijdvak, en de rechtmatigheid van opgelegde boetes. De uitspraak betreft een tussenuitspraak over procedurele aspecten rondom bewijsstukken en geheimhouding.
Uitkomst: De zaak wordt geschorst en verwezen naar de geheimhoudingskamer voor beoordeling van de weigering tot overlegging van ongeschoonde stukken.