ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6509
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over winst uit onderneming en boetevermindering bij verkoop van onroerende zaken
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, voerde in hoger beroep aan dat de winsten uit de verkoop van meerdere panden niet als winst uit onderneming moesten worden aangemerkt en dat de opgelegde vergrijpboete onterecht was. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de panden tot het ondernemingsvermogen behoorden en dat sprake was van voorwaardelijk opzet, waardoor een boete van 50% passend was.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende de panden als ondernemingsvermogen had behandeld, onder meer door opname op de balans, het vormen van een kostenegalisatiereserve en het voeren van een gezamenlijke administratie. De panden waren aangekocht met geleend geld, verhuurd en verkocht met winst, waarbij het samenwerkingsverband met een derde partij mondeling was overeengekomen.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de vertraging in de procedure niet aan belanghebbende kon worden toegerekend en dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn overschreed. Hierdoor werd de boete verminderd met 5%, een bedrag van €1.830. Verder werd belanghebbende in de proceskosten van €1.348 door de inspecteur veroordeeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €34.753 en de navorderingsaanslag bevestigd; het beroep wordt gegrond verklaard.