ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8198
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005, maar dit was niet binnen de wettelijke termijn ingediend. Hij stelde dat zijn late indiening te wijten was aan een depressie en angstklachten. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten vanwege een schending van de hoorplicht.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn psychische toestand en dat hij gehoord had moeten worden. Het hof oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet uitsluitend het gevolg was van zijn depressie, maar mede doordat de gemachtigde pas later bij de zaak betrokken was. De inspecteur had belanghebbende voldoende gelegenheid gegeven bewijsstukken te overleggen.
Het hof bevestigde dat op grond van artikel 7:3 Awb Pro van het horen kan worden afgezien bij kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan partijen.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.