ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1515
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek onderhoudskosten monumentenpand na ingrijpende verbouwing stolpboerderij
Belanghebbende kocht in 1999 een rietgedekte Westfriese stolpboerderij die als beschermd monument was aangewezen. In de periode 2000 tot 2004 werden ingrijpende werkzaamheden verricht, waaronder nagenoeg volledige sloop tot op de oude fundering, het plaatsen van een betonnen plaat, het inslaan van vijf heipalen en het realiseren van nieuwe vertrekken.
De rechtbank had geoordeeld dat geen sprake was van nieuwbouw, maar van ontmanteling met behoud van oude materialen, waardoor aftrek van onderhoudskosten mogelijk was. Het Gerechtshof Amsterdam stelde echter vast dat de omvang en aard van de werkzaamheden zodanig ingrijpend waren dat in wezen nieuwbouw had plaatsgevonden.
Het hof nam hierbij in aanmerking dat de boerderij nagenoeg geheel was afgebroken en vanaf de grond moest worden herbouwd tegen hoge kosten, met wezenlijke veranderingen in constructie, indeling en gevels. Dit oordeel stond aan aftrek van de onderhoudskosten in de inkomstenbelasting in de weg.
Het hoger beroep van de inspecteur werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard wegens nieuwbouw, waardoor aftrek van onderhoudskosten wordt uitgesloten.