ECLI:NL:HR:1999:AA2817
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over aftrekbaarheid onderhoudskosten bij verbouwing appartementencomplex
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1991, waarbij de aftrek van kosten voor werkzaamheden aan een pand ter discussie stond. Het pand was in 1987 gekocht door belanghebbendes echtgenote en haar broer en gesplitst in drie appartementen, waarvan één was verkocht aan een derde.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de kosten niet als onderhoudskosten konden worden aangemerkt omdat de werkzaamheden leidden tot een wezenlijke wijziging van de bouwkundige indeling en de creatie van twee zelfstandige wooneenheden, waardoor geen sprake was van herstel maar van verbetering.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd was, met name onduidelijk bleef of het Hof de juiste maatstaf had toegepast omtrent de aard en omvang van de werkzaamheden en de betekenis van het ontstaan van zelfstandige wooneenheden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.