ECLI:NL:GHAMS:2009:BM8275
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
Verzoekster, een besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen raadsheer mr. E, voorzitter van de tweede meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam, vanwege vermeende vooringenomenheid. Dit verzoek was gebaseerd op eerdere uitspraken waarin mr. E betrokken was en waarin verzoekster in het ongelijk was gesteld zonder volgens haar duidelijke rechtsregels.
Het hof benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden kunnen leiden tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid. Het enkele feit dat een rechter eerder betrokken was bij een zaak met soortgelijke rechtsvragen vormt geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van mr. E in gevaar brachten. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek tegen mr. G op soortgelijke gronden niet in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer mr. E wordt ongegrond verklaard en een volgend soortgelijk verzoek tegen mr. G wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.