ECLI:NL:GHAMS:2009:BQ3557
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gebruiksrecht atelier en opzegging huurovereenkomst in voormalig kraakpand
In deze zaak draait het om de vraag of [geïntimeerde], huurder van een woning in een voormalig kraakpand, rechten kan doen gelden op een atelier dat onderdeel uitmaakt van de woonruimte en door SHB aan derden ter beschikking is gesteld.
De kantonrechter had eerder in 2005 geoordeeld dat [geïntimeerde] geen gebruiksrecht op het atelier heeft en daarom ook geen recht heeft om de huurovereenkomst met betrekking tot het atelier op te zeggen. Dit vonnis heeft gezag van gewijsde gekregen.
SHB heeft bij de kantonrechter verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van [geïntimeerde] in haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn, maar dit verzoek werd afgewezen. SHB is hiertegen in hoger beroep gekomen.
Het hof oordeelt dat de rechtsverhouding tussen partijen in 2005 definitief is vastgesteld en dat het niet mogelijk is dezelfde kwestie opnieuw aan de rechter voor te leggen, ook niet omdat het atelier inmiddels aan een andere gebruiker is verhuurd. Daarom had de kantonrechter SHB niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het hof vernietigt de beschikking en verklaart SHB niet ontvankelijk, terwijl [geïntimeerde] in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hof verklaart SHB niet ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn en veroordeelt haar in de proceskosten.