ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3742
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring en aansprakelijkheid asbestschade door voormalige werkgever
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter Utrecht waarin een verjaringsverweer werd gehonoreerd tegen een vordering tot schadevergoeding wegens asbestgerelateerde ziekte. De appellant, als nabestaande en erfgename van de overleden werknemer, vordert vergoeding van immateriële en materiële schade veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het dienstverband bij een rechtsvoorganger van GTI.
De kern van het geschil betreft de vraag of de wettelijke verjaringstermijn van dertig jaar, die begon te lopen na het einde van het dienstverband in 1972, buiten toepassing kan blijven vanwege de verborgen aard van de schade en de late ontdekking van de ziekte mesothelioom in 2004. Het hof toetst dit aan de criteria uit het arrest De Schelde en concludeert dat, ondanks de uitzonderlijke omstandigheden, de verjaring niet onaanvaardbaar is.
Het hof overweegt dat de schadevergoeding ten goede komt aan de nabestaande, dat de werkgever niet in hoge mate verwijtbaar heeft gehandeld, en dat GTI ernstig in haar verweer is belemmerd door het tijdsverloop. Ook acht het hof de bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers termijnschorsend, maar dit weegt onvoldoende op tegen de belangen van rechtszekerheid.
Daarom wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en wordt de appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het beroep van de appellant af wegens verjaring.