Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 december 2013, waarbij een comparitie van partijen is bepaald
- het proces-verbaal van de op 21 februari 2014 gehouden comparitie van partijen, waarvan mede aantekening is gehouden
- de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
- artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM);
- artikel 3:310 lid 4 BW Pro, zoals die bepaling luidt sinds 1 april 2013;
- artikel 6 lid 2 BW Pro (redelijkheid en billijkheid).