ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7052
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-aftrekbaarheid mededingingsboetes onder Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende, een concern actief in de groenvoorzieningssector, kreeg door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van het kartelverbod in de periode 1998-2001. De boetes betroffen bedragen van respectievelijk €13.903 en €1.386, die belanghebbende als moedermaatschappij heeft voldaan.
De inspecteur weigerde deze boetes in aftrek te brengen bij de winstbepaling in de vennootschapsbelasting 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak. Het geschil betrof de uitleg van artikel 3.14 Wet IB 2001, waarin aftrek van bestuurlijke boetes is uitgesloten.
Het Hof oordeelt dat de NMa-boetes een bestraffend karakter hebben en dat de wet geen ruimte biedt om onderscheid te maken tussen een bestraffend en een voordeelontnemend deel van de boete. Ook het argument dat een deel van de boete voordeelontnemend zou zijn, wordt verworpen. De boetes zijn niet aftrekbaar en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De mededingingsboetes opgelegd door de NMa zijn niet aftrekbaar van de winst op grond van artikel 3.14 Wet IB 2001.