ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0992
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kosten betekening dwangbevel inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de kosten van betekening van een dwangbevel voor de inkomstenbelasting 2002. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende tijdig een bezwaarschrift had ingediend tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002, inclusief een verzoek om uitstel van betaling. Belanghebbende voerde aan dat hij op 5 april 2006 het bezwaarschrift had verzonden, maar de ontvanger stelde dat dit niet was ontvangen.
Het hof oordeelt dat de door belanghebbende aangevoerde aantekening in het postboek van zijn gemachtigde onvoldoende bewijs levert dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Ook andere door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, zoals het kwijtraken van brieven bij het belastingkantoor, leveren geen bewijs op. Daarom is de aanmaning en het dwangbevel met kosten terecht verzonden.
Het hof acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 25 maart 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.