ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1083
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over winstuitdeling door onzakelijke renpaardenkosten directeur-enig aandeelhouder
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de fiscale behandeling van kosten voor het houden van renpaarden door een BV centraal. De directeur-enig aandeelhouder van de BV voerde hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Haarlem die de door de Belastingdienst opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen voor de jaren 1996 tot en met 2001 bevestigden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de kosten voor de renpaarden onzakelijk zijn en daarmee als een winstuitdeling aan de aandeelhouder moeten worden beschouwd. Het Hof verwijst naar het renpaardenarrest van de Hoge Raad (BNB 2002/290), waarin werd vastgesteld dat een wanverhouding bestaat tussen de kosten en het zakelijke nut, mede door de persoonlijke bijzondere interesse van de directeur in de paardensport.
Het Hof bevestigt dat 75% van de kosten onzakelijk is en dientengevolge als winstuitdeling moet worden aangemerkt. De dubbele bewustheid van zowel de vennootschap als de aandeelhouder over deze bevoordeling wordt vastgesteld. Voor het jaar 1997 wordt het beroep gegrond verklaard vanwege een onjuiste tarieftoepassing door de inspecteur. Voor de overige jaren wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De proceskosten worden deels toegewezen aan belanghebbende. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide motivering over de toepassing van het Cessna-criterium en de fiscale kwalificatie van de uitgaven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het jaar 1997 met vermindering van de aanslag, voor de overige jaren wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.