Uitspraak
nr. 21.163
DG.
Arnhemvan 31 augustus 1981 betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het het jaar 1974;
Gezien de conclusie van de Advocaat-Generaal Van Soest van 19 oktober 1982 strekkende tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van het geding naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing;
Gezien de stukken;
Het al of niet behoren van het vliegtuig tot het beroepsvermogen van belanghebbende is afhankelijk van diens wil zoals deze uit zijn gedragslijn in zijn verhouding tot de fiscus tot uitdrukking komt, indien althans belanghebbende daarbij blijft binnen de grenzen der redelijkheid.
Zijn, des inspecteurs, mening is dat het belanghebbende niet in redelijkheid vrijstond om de beslissing te nemen het vliegtuig tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, laat staan, dat hij daartoe verplicht was, zoals belanghebbendes primaire stelling luidt.
Ook de omstandigheid dat belanghebbende bij het gebruik van een lijnvliegtuig aan vaste vertrektijden zou zijn gebonden zou enig tijdverlies kunnen geven, doch daar, naar het Hof uit eigen wetenschap bekend is, vanaf Schiphol dagelijks verschillende vluchten naar Londen en Kopenhagen worden gemaakt, is niet aannemelijk dat dit tijdverlies aanzienlijk zou zijn.
Overwegende dat het Hof op die gronden de uitspraak, waarvan beroep, heeft bevestigd;