ECLI:NL:GHAMS:2010:BM8208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Perceel landbouwgrond behoort niet tot verplicht ondernemingsvermogen in ruilverkavelingszaak
Belanghebbende, een voormalig veehouder, bracht perceel C in zijn aangifte inkomstenbelasting tot privévermogen, terwijl de inspecteur dit perceel als verplicht ondernemingsvermogen wilde aanmerken vanwege de ruilverkaveling. Het hof bevestigt dat perceel C niet is gebruikt binnen de onderneming en dat het tot het keuzevermogen behoort, zodat belanghebbende dit als privévermogen mocht aanmerken.
De inspecteur stelde dat perceel C juridisch een functie had binnen de onderneming omdat het recht gaf op toedeling van percelen A en B, die wel voor de onderneming werden gebruikt. Het hof oordeelt echter dat dit toedelingsrecht niet verplicht tot activering als ondernemingsvermogen leidt, mede omdat het plan van toedeling op het stakingstijdstip nog niet onherroepelijk was.
De rechtbank had de navorderingsaanslag vernietigd en belanghebbende in proceskosten veroordeeld. Het hof bevestigt de vernietiging van de aanslag, maar wijzigt de proceskostenvergoeding naar een forfaitair bedrag conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat het standpunt van de inspecteur niet zodanig onhoudbaar was dat een hogere vergoeding gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat perceel C niet tot het ondernemingsvermogen behoort en vernietigt de navorderingsaanslag; proceskostenvergoeding wordt forfaitair vastgesteld.