ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9545
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.A. Verscheure
- W.J. van den Bergh
- M.J. Schaepman-de Bruijne
- Rechtspraak.nl
Objectieve rechtvaardiging verplichte pensionering verkeersvliegers bij KLM bevestigd
In deze civiele procedure stelden verkeersvliegers van KLM zich op het standpunt dat de verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd, zoals vastgelegd in artikel 5.4 van de KLM-cao, in strijd is met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBLA). Zij vorderden een verklaring voor recht dat dit onderscheid op grond van leeftijd niet objectief gerechtvaardigd is, en dat zij na hun 56e jaar in dienst mochten blijven.
Het hof stelde vast dat het onderscheid op grond van leeftijd onder de WGBLA getoetst moet worden aan de criteria van objectieve rechtvaardiging, waarbij KLM en de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) de bewijslast dragen. Het hof oordeelde dat de pensioenregeling legitieme doelen dient, zoals het bevorderen van een voorspelbare doorstroming, kostenbeheersing en een evenwichtige personeelsopbouw.
De middelen, waaronder de verplichte pensionering op 56 jaar met uitstelmogelijkheden tot 60 jaar, zijn passend en noodzakelijk om deze doelen te bereiken. Alternatieven zoals pensionering op basis van senioriteit of flexibele pensioenleeftijden zouden een ingrijpende herziening van het arbeidsvoorwaardenstelsel vereisen, wat niet van KLM kan worden verlangd. De grieven van de vliegers werden daarom afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het hof wees ook het verweer af dat artikel 7:667 lid 6 BW Pro vereist dat voorafgaande opzegging nodig is, aangezien het beding van rechtswege beëindiging van de arbeidsovereenkomst voorziet en dit gebruik al jarenlang wordt toegepast. De kosten van het hoger beroep werden aan de zijde van de vliegers opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de verplichte pensionering op 56 jaar objectief gerechtvaardigd is en wijst de vorderingen van de vliegers af.