ECLI:NL:PHR:2012:BW3367
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verplichte pensionering KLM-vliegers op 56-jarige leeftijd en leeftijdsdiscriminatie
De zaak betreft de vraag of de verplichte pensionering van KLM-vliegers op 56-jarige leeftijd, zoals vastgelegd in de cao, in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie onder de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbl) en de Europese richtlijn 2000/78/EG.
[Eiser] c.s., vliegers van KLM, vorderden een verklaring voor recht dat het leeftijdsonderscheid in de cao niet objectief gerechtvaardigd is en dat zij na hun 56e niet mogen worden ontslagen. De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af, stellende dat het onderscheid een legitiem doel dient, namelijk het bevorderen van doorstroming, kostenbeheersing en een evenwichtige personeelsopbouw binnen de beroepsgroep. Dit doel is passend en noodzakelijk en de regeling heeft een groot draagvlak onder de vliegers.
De Hoge Raad bevestigt dat het onderscheid op grond van leeftijd in de cao-objectief gerechtvaardigd is door legitieme doelen die verband houden met de bijzondere situatie van de beroepsgroep. De maatregel is passend en noodzakelijk om de doorstroming te waarborgen en de belangen van jongere vliegers te beschermen. De verplichte pensionering eindigt van rechtswege en is niet strijdig met het vereiste van opzegging. De Hoge Raad verwerpt de klachten van eisers en bevestigt de rechtmatigheid van de cao-bepaling.
Uitkomst: De verplichte pensionering van KLM-vliegers op 56-jarige leeftijd is objectief gerechtvaardigd en niet in strijd met het verbod op leeftijdsdiscriminatie.