ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1312
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Exclusief gebruik huurwoning toegekend aan man na beëindiging affectieve relatie
Partijen hebben van 1977 tot 2005 een affectieve relatie gehad en samen een huurwoning betrokken. Na beëindiging van de relatie in 2005 verliet de vrouw de woning en keerde in 2008 terug om in een deel van de woning te verblijven, terwijl de man in een ander deel bleef wonen. In eerste aanleg werden wederzijds vorderingen tot exclusief gebruik van de woning afgewezen.
In hoger beroep vordert de vrouw het exclusief gebruik van de woning, terwijl de man incidenteel appel instelt met eenzelfde vordering. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing van gedragingen die het gezamenlijk gebruik onwenselijk maken.
Het hof oordeelt dat de conflictueuze situatie zodanig is dat het exclusief gebruik aan één partij moet worden toegekend. Gelet op het feit dat de vrouw de woning drie jaar verliet en de man vrijwel alle kosten draagt, en dat de vrouw gemakkelijk elders onderdak kan vinden, weegt het belang van de man zwaarder. Het hof vernietigt het vonnis in reconventie en kent het exclusief gebruik toe aan de man, met een ontruimingstermijn van twee maanden voor de vrouw.
Uitkomst: Het exclusief gebruik van de huurwoning wordt toegekend aan de man met een ontruimingstermijn van twee maanden voor de vrouw.