ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3428
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale winstvaststelling en debiteurenrisico bij cash management activiteiten van een dochtervennootschap
Belanghebbende, een 100% dochtervennootschap binnen het [X]-concern, fungeert als financieringsmaatschappij en sloot sinds 1976 rulings met de Belastingdienst over winstvaststelling. Voor het jaar 1998 was in geschil of het verlies op een lening aan [G] ten laste van haar belastbare winst mocht worden gebracht.
De rulings bepaalden dat het debiteurenrisico bij beleggingen niet op belanghebbende zou drukken en dat een minimale marge van 1/16% gerealiseerd moest worden. Het Hof onderzocht zelfstandig de uitleg van de rulings en concludeerde dat het debiteurenrisico bij cash management activiteiten niet bij belanghebbende lag, ook niet bij risicovolle leningen zoals de [G]-lening.
Belanghebbende stelde dat dergelijke risicovolle leningen niet onder de ruling vielen en dat de inspecteur hiervan op de hoogte had moeten zijn. Het Hof verwierp dit, stellende dat belanghebbende geen bewijs had geleverd dat de inspecteur dit redelijkerwijs had moeten begrijpen.
Het Hof oordeelde dat het verlies op de [G]-lening niet ten laste van belanghebbende mocht worden gebracht en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. De ruling en de onderlinge afspraken tussen partijen vormden de basis voor deze beslissing.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het verlies op de lening niet ten laste van de belastbare winst mag worden gebracht.