ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4108
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling voor onroerendezaakbelasting en waardebeschikking kantoorunit
Belanghebbende, een maat van een maatschap, werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde onroerendezaakbelasting (OZB) over de jaren 2001 tot en met 2003. Hij maakte bezwaar tegen deze aansprakelijkstelling en de onderliggende waardebeschikking van de gehuurde kantoorunit, die als zelfstandig object was aangemerkt en gewaardeerd op € 51.084.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, stellende dat hij als maat aansprakelijk was en dat bezwaar tegen de waardebeschikking niet meer mogelijk was vanwege formele rechtskracht. In hoger beroep oordeelde het hof dat belanghebbende terecht aansprakelijk was gesteld, maar dat hij wel bezwaar kon maken tegen de waardebeschikking. Het hof stelde vast dat de kantoorunit geen zelfstandig object is volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ, omdat het geen eigen toilet- en watervoorziening heeft en gebruikers afhankelijk zijn van gemeenschappelijke voorzieningen.
Daarom vernietigde het hof de waardebeschikking en de daarop gebaseerde aanslagen OZB. Tevens werd de beschikking tot aansprakelijkstelling vernietigd en werd de invorderingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aansprakelijkstelling, waardebeschikking en aanslagen worden vernietigd.