ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4958
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsverhouding en opzegging managementovereenkomst tussen U-Trax en Gorilla Ventures
In deze zaak staat centraal de kwalificatie van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de vraag of de opzegging daarvan rechtsgeldig was. U-Trax had de overeenkomst met Gorilla Ventures opgezegd en weigerde loon door te betalen tot het einde van de overeengekomen termijn 1 januari 2010. Gorilla Ventures stelde dat sprake was van een arbeidsverhouding in de zin van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA), waardoor toestemming van het UWV voor opzegging vereist was.
Het hof oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure zal vaststellen dat sprake is van een arbeidsverhouding onder het BBA. De feitelijke uitvoering en de contractuele constructie wijzen op een overeenkomst van opdracht tussen rechtspersonen, waarbij Gorilla Ventures als opdrachtnemer het ondernemingsrisico draagt. De opzegging door U-Trax wordt als regelmatige opzegging beschouwd, waarbij geen sprake is van onredelijkheid of onaanvaardbaarheid.
Verder stelt het hof dat op grond van artikel 7:411 BW Pro bij voortijdige beëindiging van de opdracht slechts in uitzonderlijke gevallen recht bestaat op doorbetaling van het volle loon. Nu de opzegging niet aan U-Trax kan worden toegerekend, bestaat geen recht op loonbetaling tot het einde van de oorspronkelijke termijn. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht en wijst de vorderingen van Gorilla Ventures af, waarbij Gorilla Ventures hoofdelijk in de kosten worden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de loonvorderingen van Gorilla Ventures af wegens rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst van opdracht.