ECLI:NL:GHARN:2011:BV0717
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.C. Frankena
- M.F.J.N. van Osch
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse opzegbaarheid van overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd, gesloten tussen [appellant 1] Management B.V. en Apollo Vredestein B.V., tussentijds door de opdrachtgever kon worden opgezegd. De overeenkomst liep tot 31 december 2010, maar Apollo beëindigde de samenwerking per 28 september 2009. [Appellant 1] vorderde betaling van het resterende loon over de contractduur.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 7:408 lid 1 BW Pro de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht in beginsel te allen tijde kan opzeggen, ook als deze voor bepaalde tijd is aangegaan. Uitzonderingen op deze hoofdregel moeten gemotiveerd worden gesteld en bewezen. [Appellant 1] slaagde hier niet in. De overeenkomst van 23 december 2008 was niet zodanig afwijkend dat tussentijdse opzegging was uitgesloten.
De stelling dat de overeenkomst feitelijk gelijk is aan een arbeidsovereenkomst werd verworpen, omdat partijen expliciet een overeenkomst van opdracht sloten en uitvoering hieraan gaven. Het hof bevestigde dat Apollo de overeenkomst rechtsgeldig kon opzeggen en wees de vordering van [appellant 1] af, behalve een eerder toegekend bedrag van €16.000,-. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank Almelo bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd tussentijds opzegbaar is en wijst het hoger beroep af.