ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5625
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling effectenleaseovereenkomsten: verjaring vernietigingsbevoegdheid, zorgplicht bank en onaanvaardbare financiële last
In deze zaak staat centraal de geldigheid van twee effectenleaseovereenkomsten die [geïntimeerde 1] met Dexia is aangegaan. De echtgenote, [geïntimeerde 2], stelde dat haar toestemming voor deze overeenkomsten ontbrak en dat zij deze daarom vernietigd kon verklaren. Het hof oordeelt dat haar bevoegdheid tot vernietiging is verjaard omdat zij ruim meer dan drie jaar voor haar poging tot vernietiging met het bestaan van de overeenkomsten bekend was, mede door gezamenlijke bankafschriften.
Daarnaast voerde [geïntimeerde 1] een beroep op dwaling aan, stellende dat de lease-overeenkomsten onjuist waren voorgesteld als een spaarproduct zonder risico. Het hof verwierp dit beroep omdat de contractuele bepalingen voldoende duidelijk waren over de aard van de lening, de belegging in effecten en de risico’s.
Wel is geoordeeld dat Dexia tekortgeschoten is in haar zorgplicht bij het aangaan van de overeenkomsten. Het hof verwees de zaak naar een rolzitting om [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] in de gelegenheid te stellen hun stellingen over een onaanvaardbaar zware financiële last nader te onderbouwen met concrete feiten en berekeningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de huishoudsamenstelling en de toepasselijke Nibud-normen.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing nadat nadere stukken zijn ingediend. Dit arrest bevestigt eerdere jurisprudentie over effectenlease, zorgplicht en de criteria voor vernietiging en schadevergoeding.
Uitkomst: De bevoegdheid tot vernietiging van de echtgenote is verjaard, het beroep op dwaling faalt, maar Dexia is tekortgeschoten in haar zorgplicht; de zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing van de financiële last en schadevergoeding.