ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verkrijgingsprijs aandelen en winst uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende, houder van een aanmerkelijk belang in [Y] BV, was het niet eens met de door de inspecteur vastgestelde navorderingsaanslag over 1997, waarin het belastbaar inkomen was verhoogd door een hoog vervreemdingsvoordeel op de verkoop van aandelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof primair de vraag of de inspecteur beschikte over een nieuw feit en de juiste hoogte van de verkrijgingsprijs van de aandelen voor de berekening van de winst uit aanmerkelijk belang.
Het Hof oordeelde dat er sprake was van een nieuw feit en dat partijen ter zitting een compromis sloten waarbij de waarde in het economische verkeer van de aandelen per 1 januari 1997 werd vastgesteld met een onzekerheidsmarge van 15% op de overdrachtsprijs, verhoogd met een bedrag voor betalingen vanuit een escrowrekening. Hierdoor werd de verkrijgingsprijs vastgesteld op ƒ 276,20 per aandeel, wat leidde tot een verlaging van het belastbaar inkomen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de navorderingsaanslag bij tot het aangepaste belastbaar inkomen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt verminderd door vaststelling van een lagere verkrijgingsprijs van de aandelen.