ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4429
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing en ontslag van instantie bij faillissement in civiel geding
In deze civiele procedure in hoger beroep staat centraal de vraag hoe om te gaan met het geding na faillissement van appellante, Playlogic International N.V. De rechtbank had eerder vorderingen van geïntimeerden toegewezen en die van appellante afgewezen. Na faillissement werd de curator benoemd, maar deze nam het geding niet over. Geïntimeerden verzochten daarop ontslag van instantie.
Het hof overweegt dat het geding ingevolge artikel 29 Fw Pro geschorst is voor vorderingen die betrekking hebben op nakoming van verbintenissen uit de boedel. Voor overige vorderingen kan het geding worden voortgezet. Het verzoek tot ontslag van instantie wordt afgewezen omdat de vorderingen van partijen zodanig verweven zijn dat het belang van een goede procesorde vereist dat het geding niet wordt gesplitst.
Het hof besluit het geding buiten bezwaar van de boedel voort te zetten en verwijst de zaak naar de rol voor memorie van grieven. Een beslissing over kosten wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van instantie wordt afgewezen en het geding wordt geschorst dan wel voortgezet afhankelijk van de vordering.