ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.F. Slijpen
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vermakelijkheidsretributie te water en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende exploiteert rondvaartboten en heeft vermakelijkheidsretributie te water voldaan over diverse kwartalen van 2005 tot 2007. De gemeente Amsterdam hief deze belasting op basis van een verordening die een vast tarief per passagier hanteert, met een lager tarief voor stationerende vaartuigen en waterfietsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de verordening niet leidt tot willekeurige of onredelijke heffing. Belanghebbende stelde echter dat in de meerderheid van vergelijkbare gevallen geen heffing plaatsvond, wat strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof stelde vast dat exploitanten van zee- en riviercruiseschepen niet vergelijkbaar zijn met rondvaartboten en dat de meerderheidsregel ook geldt bij voldoening op aangifte. Het Hof oordeelde dat de heffing in een meerderheid van vergelijkbare gevallen achterwege was gebleven, mede door beperkte controlecapaciteit.
Daarom vernietigde het Hof de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep gegrond en gelastte de heffingsambtenaar tot terugbetaling van de betaalde retributie over de periode van het eerste kwartaal 2005 tot en met het eerste kwartaal 2007. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het Hof gelast terugbetaling van de vermakelijkheidsretributie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en wijst proceskosten toe aan belanghebbende.