ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4988
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Universiteit wekt ten onrechte indruk dat opleiding leidt tot wettelijk erkende mastergraad
In deze zaak vordert appellant schadevergoeding van de Universiteit van Amsterdam (UvA) wegens onrechtmatige daad en dwaling rondom de masteropleiding International Finance (MIF) die niet wettelijk erkend was. Appellant had de studieovereenkomst gesloten in 2004 en ontdekte pas in 2005 dat de opleiding niet geaccrediteerd was en de UvA niet bevoegd was een wettelijk erkende mastergraad te verlenen.
De rechtbank wees de vordering af omdat appellant de overeenkomst had bekrachtigd door de opleiding voort te zetten na kennisname van de situatie. Het hof oordeelt echter dat appellant niet kan worden geacht de overeenkomst te hebben bekrachtigd, omdat hij pas in juni 2005 volledig op de hoogte was van het ontbreken van bevoegdheid van de UvA.
Het hof stelt vast dat de UvA onvoldoende heeft geïnformeerd over het feit dat de mastergraad niet wettelijk erkend was en dat de informatievoorziening de indruk wekte dat het wel om een erkende master ging. Dit is onrechtmatig jegens appellant. De zaak wordt verwezen voor nadere onderbouwing van de schade en verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en volledige informatieverstrekking door onderwijsinstellingen over de aard en erkenning van opleidingen en diploma's.
Uitkomst: De UvA heeft onrechtmatig gehandeld door onvoldoende te informeren over de wettelijke erkenning van de masteropleiding, waardoor appellant recht heeft op schadevergoeding; nadere onderbouwing van de schade wordt aangehouden.