ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2609
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- A.P.M. van Rijn
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek levensonderhoud kinderen en alimentatiebetalingen bij echtscheiding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 en de daarbij in rekening gebrachte heffingsrente. Hij stelde dat hij recht had op aftrek van kosten voor het levensonderhoud van zijn kinderen jonger dan 30 jaar en dat hij alimentatiebetalingen aan zijn ex-echtgenote had gedaan. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor zover het de heffingsrente betrof, maar het standpunt over de aftrek van levensonderhoud en alimentatie verworpen.
In hoger beroep bevestigt het Hof dat belanghebbende niet heeft aangetoond dat hij in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het levensonderhoud van zijn kinderen, zoals vereist op grond van artikel 6.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij alimentatiebetalingen aan zijn ex-echtgenote heeft gedaan, mede omdat geen echtscheidingsconvenant of alimentatieplicht is overgelegd.
Het Hof vernietigt het oordeel van de rechtbank over de heffingsrente en stelt deze vast op een lager bedrag van €47, conform het incidenteel hoger beroep van de inspecteur. Voor het overige bevestigt het Hof de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en stelt de heffingsrente vast op €47.