ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4336
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslagen inkomstenbelasting over 2004 ondanks eerdere ambtshalve aanslagen 1994-2002
Belanghebbende had over de jaren 1994 tot en met 2002 ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting ontvangen zonder bezwaar te maken. In 2004 verkocht hij aandelen en realiseerde een aanmerkelijk-belangwinst die in de aanslag over 2004 werd belast. Belanghebbende stelde dat deze winst al via eerdere aanslagen was belast en verzocht om verrekening.
Het Hof oordeelde dat de aanslagen over 1994-2002 niet als voorlopige aanslagen over 2004 konden worden aangemerkt en dat verrekening daarom niet mogelijk was. Ook was niet aannemelijk dat toezeggingen waren gedaan die dit anders zouden maken. De belastingrechter kan alleen inhoudelijk oordelen over aanslagen waartegen tijdig bezwaar is gemaakt, wat hier niet het geval was.
De getuige die afspraken zou bevestigen verscheen niet en de brief van een belastingambtenaar toonde slechts bereidheid tot oplossing, geen toezegging. Het beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat een toezegging tot vermindering van onherroepelijke aanslagen niet aannemelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag over 2004 met aanmerkelijk-belangwinst blijft ongewijzigd.