ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4630
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffing loonheffing vaste kostenvergoedingen advocatenkantoor
Belanghebbende, een advocatenkantoor, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor vaste kostenvergoedingen aan werknemers die niet vooraf of bij betaling naar aard en omvang waren gespecificeerd, zoals vereist volgens de Wet op de loonbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
De rechtbank had de naheffingsaanslag gehandhaafd en een boete opgelegd wegens grove schuld. In hoger beroep oordeelde het hof dat de naheffing terecht was omdat de vergoedingen niet aan de specificatie-eis voldeden. Wel werd de boete vernietigd omdat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende bewust of met in laakbaarheid aan opzet grenzende onachtzaamheid had gehandeld.
Het hof benadrukte dat hoewel van een advocatenmaatschap meer kennis mag worden verwacht, het nalaten om vooraf nadere informatie in te winnen niet zo ernstig was dat dit grove schuld opleverde. De hoogte van de vergoedingen en het aantal werknemers waren niet zodanig dat een zwaardere informatieplicht bestond. De boetebeschikking werd daarom vernietigd, terwijl de naheffing werd gehandhaafd.
Uitkomst: Naheffingsaanslag loonheffing wordt gehandhaafd, boetebeschikking wegens grove schuld wordt vernietigd.