ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6510
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van permanente verblijfplaats en rechterlijke bevoegdheid in geschil tussen Marokkaans consulaatspersoneel en Koninkrijk Marokko
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het geschil tussen [Appellant], voormalig personeelslid van het Marokkaanse consulaat, en het Koninkrijk Marokko inhoudelijk beoordeeld. De kern van het geschil betrof de vraag of [Appellant] in Nederland 'permanent residence' had in de zin van artikel 11 lid 2 van Pro het VN-Verdrag inzake Jurisdictional Immunities of States and Their Property, en daarmee of de Nederlandse rechter bevoegd was.
Het hof overwoog dat [Appellant] sinds 1994 onafgebroken in Nederland werkzaam was en sinds 2005 beschikte over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit leidde tot de conclusie dat hij duurzaam verblijf had in Nederland en dus onder de reikwijdte van het VN-Verdrag viel. Het beroep van het Koninkrijk op volkenrechtelijke immuniteit en onbevoegdheid van de Nederlandse rechter werd verworpen.
Ook het verweer dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 12 Rv Pro onbevoegd zou zijn wegens eerdere procedure in Marokko werd afgewezen, omdat de Marokkaanse rechter geen voor Nederland erkende beslissing had gegeven. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter Rotterdam en verklaarde de Nederlandse rechter bevoegd. De zaak werd aangehouden voor nadere memoriewisseling en verdere behandeling door het hof zelf.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van het geschil en het vonnis van de kantonrechter Rotterdam wordt vernietigd.