ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6973
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting in kader Rekeningenproject
In deze zaak gaat het om het beroep van de erven van [X] tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2000, opgelegd in het kader van het Rekeningenproject. De inspecteur baseerde de aanslagen onder meer op fotokopieën van microfiches met bankgegevens van de KB-Luxbank, waarbij bij saldi vanaf ƒ 500.000 een schatting werd gemaakt op basis van deze saldi.
Het Hof acht de identificatie van [X] als rekeninghouder betrouwbaar en stelt vast dat de erfgenaam [Y] bevoegd is bezwaar te maken. Verzoeken tot heropening van het onderzoek en het horen van getuigen worden afgewezen, omdat onvoldoende concrete feiten zijn gesteld die zouden kunnen leiden tot een ander oordeel. De schattingsmethode van de inspecteur wordt als niet onredelijk of willekeurig beoordeeld, ook al zou een andere schatting mogelijk zijn geweest.
Het Hof oordeelt dat het niet verstrekken van gevraagde gegevens door belanghebbende leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De heffingsrente is correct berekend en de inspecteur hoeft geen specificatie te verstrekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.