ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7225
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt vertrouwensbeginsel bij bedrijfsfusievrijstelling kapitaalsbelasting in hergroeperingsproces
Belanghebbende, onderdeel van een verzekeringsconcern, bracht in 1998 en 2000 verschillende Verzekerd Groeifondsen (VGF) in een paraplufonds onder, waarbij in 1998 met goedkeuring van de inspecteur de bedrijfsfusievrijstelling kapitaalsbelasting werd toegepast. De Hoge Raad oordeelde in 2009 dat deze vrijstelling niet van toepassing was op de inbreng in 2000 en verwees de zaak terug voor onderzoek naar het beroep op het vertrouwensbeginsel.
Het hof stelde vast dat de inspecteur in 1998 op de hoogte was van het bredere hergroeperingsproces en door zijn schriftelijke goedkeuring vertrouwen heeft gewekt dat de vrijstelling ook voor latere, vergelijkbare inbrengen zou gelden. Het onmiddellijke intrekken van dit vertrouwen in 2000 was onzorgvuldig, mede omdat belanghebbende al concrete voorbereidingen had getroffen en kosten had gemaakt.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraken, gelastte teruggaaf van de betaalde kapitaalsbelasting en veroordeelde de inspecteur in proceskosten. Tevens werd het onderzoek heropend voor een nadere specificatie van de schadevergoeding. De uitspraak bevestigt het belang van het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel bij fiscale herstructureringen.
Uitkomst: De bedrijfsfusievrijstelling kapitaalsbelasting geldt ook voor de inbreng van fondsen in 2000, en de inspecteur moet de betaalde belasting teruggeven.