ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen dwangbevel wegens te late indiening
Verzoekster, een advocaat die in opdracht van haar werkgever hoger beroep instelde, ontving een dwangbevel tot betaling van griffierecht nadat haar werkgever failliet was gegaan en het dienstverband was geëindigd. Het dwangbevel werd op 28 september 2010 betekend op het kantooradres van verzoekster.
De verzettermijn liep daarom tot 28 oktober 2010, maar het verzetschrift werd pas op 3 november 2010 ontvangen. Verzoekster stelde dat zij mocht vertrouwen op een mededeling van een medewerker van het hof dat zij geen risico liep en dat het dwangbevel niet op het juiste adres was betekend, maar het hof oordeelde dat het dwangbevel correct was betekend en dat verzoekster niet tijdig verzet had ingesteld.
Het hof concludeerde dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar verzet en dat verdere inhoudelijke behandeling niet nodig was. Dit oordeel is gebaseerd op de wettelijke termijn voor verzet en de juiste betekening van het dwangbevel.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens te late indiening na correcte betekening van het dwangbevel.