ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep winstuitdeling en goodwill bij overdracht artsenpraktijk
Belanghebbende, een BV met een artsenpraktijk, droeg per 1 januari 2000 haar activiteiten over aan een VOF opgericht door de directeur en enig aandeelhouder en diens echtgenote, zonder vergoeding voor goodwill te bedingen. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op, stellende dat sprake was van een winstuitdeling door het achterwege laten van een vergoeding voor goodwill van circa 450.000 gulden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof oordeelt anders. Het Hof stelt dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een winstuitdeling met oogmerk tot begunstiging van de aandeelhouder. De praktijk betrof een gespecialiseerde biofysische geneeskundepraktijk met persoonsgebonden goodwill, waarvoor geen reële marktwaarde voor goodwill kon worden vastgesteld zoals bij reguliere praktijken.
Het door belanghebbende overgelegde waarderingsrapport toonde een veel lagere goodwillwaarde van 34.400 gulden aan. Het Hof vernietigt daarom de navorderingsaanslag en boetebeschikking, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de navorderingsaanslag en boetebeschikking wegens onvoldoende bewijs van winstuitdeling door niet in rekening brengen van goodwill.