ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1726
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis effectenlease en rentevordering tegen Dexia Nederland
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst tussen de echtgenoot van appellante en Dexia Nederland B.V. De echtgenoot had de overeenkomst vernietigd op grond van dwaling en onredelijkheid. De kantonrechter had de vernietiging erkend en Dexia veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag met wettelijke rente vanaf 21 november 2007, de datum waarop Dexia in verzuim raakte.
Appellante kwam in hoger beroep met twee grieven: zij wilde rente vanaf eerdere betalingen en een verhoging van het toegewezen bedrag met incassokosten en dividendbelasting. Het hof verwierp beide grieven. De rente is terecht pas vanaf het verzuim verschuldigd en de incassokosten zijn niet onverschuldigd betaald, omdat de echtgenoot in verzuim was. De dividendbelasting is door Dexia rechtstreeks aan de belastingdienst afgedragen en kan niet opnieuw worden gevorderd.
Het hof bekrachtigt het eindvonnis en verklaart het hoger beroep tegen het tussenvonnis niet ontvankelijk. Het meergevorderde wordt afgewezen en appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de effectenleaseovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd en dat wettelijke rente vanaf 21 november 2007 verschuldigd is; incassokosten en dividendbelasting worden niet toegewezen.