ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1922
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing rente achtergestelde lening aan samenwerkingsverband
Belanghebbende verstrekte in 2006 een achtergestelde lening van €205.500 aan een naamloze vennootschap die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband van circa 250 partners en hun aanmerkelijkbelangvennootschappen. De inspecteur corrigeerde het inkomen uit werk en woning met de rente op deze lening, belastend als resultaat uit overige werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat de lening niet aan het samenwerkingsverband was verstrekt en paste fraus legis toe om de lening te kwalificeren als verstrekt aan een vennootschap waarin belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft. Het hof oordeelde echter dat de lening wel als terbeschikkingstelling aan het samenwerkingsverband moet worden gezien, ook al is de lening strikt juridisch aan een vennootschap verstrekt.
Het hof motiveerde dit met een ruime uitleg van artikel 3.92 Wet IB 2001, gericht op het voorkomen van boxarbitrage, en stelde dat het feitelijke samenwerkingsverband organisatorisch, juridisch en economisch verweven is. De rente op de lening behoort daarom tot het resultaat uit overige werkzaamheden en wordt belast in box I. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het incidenteel hoger beroep van de inspecteur af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de rente op de achtergestelde lening belast is als resultaat uit overige werkzaamheden in box I.