ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4724
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over samenloop ontnemingsprocedure en belastingheffing bij productie en verkoop synthetische drugs
Belanghebbende is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor het vervaardigen en afleveren van synthetische drugs, waaronder MDMA en metamfetamine, in de periode 1997-1998. In een ontnemingsprocedure werd het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op ruim 900.000 gulden, waarvan belanghebbende 70% werd toegerekend. De inspecteur nam dit bedrag over als belastbaar inkomen in de aanslag inkomstenbelasting 1998, ondanks dat belanghebbende dit niet had aangegeven.
Belanghebbende stelde dat de aanslag op nihil moest worden verminderd vanwege de ontnemingsmaatregel die onherroepelijk was geworden, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en het Besluit van de staatssecretaris van Financiën over de samenloop van ontneming en belastingheffing. Het Hof verwierp dit en oordeelde dat de ontnemingsmaatregel pas in het jaar van daadwerkelijke betaling als negatieve inkomsten kan worden verwerkt.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur terecht een schatting maakte van de niet aangegeven inkomsten, maar dat de volledige toerekening aan 1998 niet redelijk was omdat het voordeel betrekking had op een periode van anderhalf jaar. Daarom werd het belastbare inkomen verminderd tot een bedrag dat naar tijdgelang was toegerekend. Tevens werd belanghebbende veroordeeld tot betaling van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 219.941, rekening houdend met de samenloop van ontneming en belastingheffing.