ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6684
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg finale kwijtingsbeding bij aandelenoverdracht in familiebedrijf
In deze zaak stond de uitleg van een finale kwijtingsbeding centraal, dat was overeengekomen in het kader van de overdracht van aandelen in het familiebedrijf Atelier Gebrand Glas B.V. na het overlijden van de moeder van de partijen. De zus, als directeur en aandeelhouder, had een betaling gedaan aan haar broer voor diens aandelen en de helft van de nalatenschap, waarbij finale kwijting werd verleend met uitzondering van pensioenverplichtingen.
De broer vorderde pensioenbetalingen, terwijl de vennootschap AGG betaling van een rekening-courantschuld eiste. De kantonrechter had geoordeeld dat de kwijting ook de rekening-courantschuld omvatte, maar AGG betwistte dit en stelde dat de kwijting niet voor die schuld gold en dat de directeur niet bevoegd was deze schuld kwijt te schelden.
Het hof oordeelde dat gezien de onderhandelingen en correspondentie redelijkerwijs moest worden aangenomen dat de kwijting ook de rekening-courantschuld omvatte, ondanks dat deze niet expliciet was besproken. De broer had met zijn voorstel een ruime concessie gedaan en beoogde met de kwijting alle geschillen definitief af te wikkelen. De vordering van AGG werd afgewezen, met uitzondering van een deel over buitengerechtelijke incassokosten die het hof corrigeerde.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de finale kwijting ook de rekening-courantschuld omvat en wijst de vordering van AGG tot betaling van deze schuld af.