ECLI:NL:GHAMS:2011:BT1692
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- I.A. Katz-Soeterboek
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk en onregelmatig ontslag en toepassing Sociaal Plan
De zaak betreft een hoger beroep van Lyreco Nederland B.V. tegen een vonnis van de kantonrechter Utrecht waarin het ontslag van een werknemer als kennelijk onredelijk werd beoordeeld en een aanvullende schadevergoeding werd toegekend.
De kern van het geschil is of de periode van 1 augustus 1998 tot 1 september 1999 als dienstverband moet worden meegeteld bij de berekening van de duur van het dienstverband voor de ontslagvergoeding en opzegtermijn. De werknemer stelde dat hij ononderbroken bij Lyreco in dienst was geweest, terwijl Lyreco dit betwistte en stelde dat er in die periode geen arbeidsovereenkomst bestond.
Het hof oordeelt dat er in die periode geen dienstverband was, maar slechts incidenteel advieswerk zonder gezagsverhouding en zonder loonbetaling, en dat de mobiele telefoon en buzzer die ter beschikking werden gesteld geen looncomponent vormden. De onderbreking van 13 maanden is aanzienlijk en de wetgeving na 1 januari 1999 beschouwt opvolgende arbeidsovereenkomsten met een langere tussenpoos als zelfstandige contracten.
Het hof concludeert dat Lyreco het Sociaal Plan correct heeft toegepast en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk of onregelmatig was. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen, het bestreden vonnis wordt vernietigd en de werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van het reeds betaalde bedrag en de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens onjuiste toepassing van het Sociaal Plan en onvoldoende bewijs van kennelijk onredelijk of onregelmatig ontslag.