ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8363
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting en vergrijpboete wegens schending administratie- en bewaarplicht
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een Chinees/Indisch afhaalrestaurant exploiteerde, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en een vergrijpboete wegens niet-naleving van de administratie- en bewaarplicht over de jaren 2002 en 2003.
Tijdens een boekenonderzoek en meerdere waarnemingen ter plaatse (WTP’s) bleek dat werkroosters en andere loonadministratieve gegevens niet volledig waren bewaard, en dat de werkelijke personeelsbezetting aanzienlijk hoger was dan verantwoord in de administratie. De inspecteur maakte een redelijke schatting van de niet-verantwoorde uren en hanteerde het anoniementarief voor de naheffing.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat de schatting onjuist was, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Het Hof oordeelde dat de administratieplicht was geschonden, dat de omkering van de bewijslast terecht was toegepast en dat de opgelegde vergrijpboete passend was. Het verzoek om uitstel van de zitting werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat slechts één vennoot getroffen was door ziekte.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarbij het Hof het beroep ongegrond verklaarde en de naheffingsaanslag en vergrijpboete als terecht en tot het juiste bedrag opgelegd beschouwde.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting en de vergrijpboete wegens schending van de administratie- en bewaarplicht.