ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1576
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- J.P.F. Slijpen
- B. Emmerig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid beroep tegen fictieve weigering uitspraak bezwaarschrift inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende werd in 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over het jaar 1991. In 2000 diende een gemachtigde namens hem bezwaar in, maar zonder de vereiste machtiging. De inspecteur stelde het bezwaar buiten behandeling en deed geen uitspraak, wat volgens de rechtbank leidde tot een fictieve weigering. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
In hoger beroep bevestigt het Hof dat de inspecteur verplicht was het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en een rechtsmiddelverwijzing te geven, maar dat het beroep tegen de fictieve weigering onredelijk laat is ingediend. Belanghebbende had reeds in 2000 moeten beseffen dat de inspecteur geen uitspraak zou doen. Het verzoek om belanghebbende, die gedetineerd was, bij de zitting te laten verschijnen werd afgewezen omdat het verzoek te laat was ingediend en het belang van voortvarende behandeling zwaarder woog.
Het Hof oordeelt dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en bevestigt deze uitspraak, waardoor de inhoudelijke behandeling van het bezwaar en de aanslag niet aan de orde komt.
Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve weigering van de inspecteur is onredelijk laat ingediend en wordt niet-ontvankelijk verklaard.