ECLI:NL:PHR:2003:AE9334
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst belastingaanslagzaak terug wegens onjuiste ontvankelijkheidsbeoordeling
Deze zaak betreft twee belastingaanslagen inkomstenbelasting over 1989 en 1991 opgelegd aan belanghebbende, een topcrimineel veroordeeld voor grootschalige hasjhandel. De aanslagen betroffen hoge bedragen en waren voorzien van boetes. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen, waarbij de ontvankelijkheid van het bezwaar centraal stond.
Het hof had het bezwaar deels niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een volmacht bij de indiener, de advocaat B, die als zaakwaarnemer optrad. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het standpunt van belanghebbende over zijn belastingplicht op voorhand verwierp en dat B rechtsgeldig als zaakwaarnemer bezwaar kon maken. De uitreiking van het aanslagbiljet aan B was rechtsgeldig, ondanks dat belanghebbende niet in Nederland woonde.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere beoordeling. Tevens wordt vastgesteld dat de Inspecteur ten onrechte had geweigerd uitspraak op bezwaar te doen. De procedure wordt hiermee voortgezet met inachtneming van correcte ontvankelijkheidsregels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verwijst de zaak naar een ander hof.